Soorten houtwormen: grote klopkever

Grote klopkeverGrote klopkeverGrote klopkeverGrote klopkever

[Xestobium Rufovillosum]

Nederlandse benaming voor Xestobium Rufovillosum = de grote houtworm of de bonte knaagkever.

De grote houtworm komt zowel voor in spint als in de kern van loof- en naaldhoutsoorten ; dit in symbiose met wit-of bruinrot. Bij ons komt deze soort houtworm vooral voor in eiken balken (vb. ingemetselde balkkoppen) in vochtige en slecht geventileerde muren en ruimten, of waar occasionele bevochtiging heeft plaatsgehad. Het kernhout van zgn. duurzame houtsoorten (eiken, kastanje, enz.) wordt vooral aangetast bij langdurige bevochtiging. Dit is het geval in oude historische gebouwen waar grote hoeveelheden eik en olm zijn verwerkt. De aantasting van naaldhout is eerder zeldzaam, uitgezonderd bij contact met door schimmels en/of insecten aangetast loofhout.

Kenmerken van de kever

  • heeft een lengte van 5 tot 7 mm en een dikte van 2 tot 4 mm.
  • het halsschild is donkerbruin en helmvormig.
  • de dekschilden zijn donkerbruin tot grijsgeel en vertonen geen strepen.
  • de vrouwelijke kever is normaal groter dan de mannelijke.
  • de kever maakt bij het lopen op het hout klopgeluiden, zo wordt het ook het doodskloppertje genoemd.

De kever vliegt uit in de maanden april en mei en leeft gemiddeld 9 weken. Het wijfje legt ongeveer 100 eitjes in spleetjes, scheurtjes, oude boorgangen, aangetaste zones en soms in de houtvaten. De larven komen na een 5-tal weken uit het ei en zijn geelachtig en licht gekromd. Ze hebben een lengte van 6 tot 11 mm en een diameter van 4 mm. Dit larvenstadium kan 3 tot 10 jaar duren. De ronde uitvliegopeningen hebben een diameter van 2 tot 4 mm.

Opmerkelijk is dat dikwijls meerdere cycli in hetzelfde hout zonder uitvliegen wordt afgewerkt. Ideale groeiomstandigheden vragen een vochtgehalte van min. 22 % (omdat voorafgaandelijk aantasting van schimmel nodig is). Dit betekent dat bij een temperatuur van 20° C de relatieve vochtigheid 90 % moet bedragen ; dit betekent dat een zeer vochtige omgeving noodzakelijk is. Is het hout door schimmels aangetast, dan volstaat een relatieve vochtigheid van 65 % voor de verdere ontwik- keling van het insect. Deze ontwikkeling verloopt sneller naarmate de zwamaantasting intenser is (meer stikstof en suikers). Vooral in de beginfase van de larvegroei is de aanwezigheid van een schimmelaantasting belangrijk. Dit wordt minder essentieel maar blijft bevorderlijk voor de verdere groei van het insect. De ideale temperatuur voor de larven bedraagt 22 à 25° C.

De aantasting van de grote houtworm is pas vast te stellen na de eerste ontwikkelingscyclus (uitvliegopeningen). Nochtans kan de insectenaantasting vlugger worden opgemerkt bij de symptomen van schimmelschade. Samen met de schimmel vernietigt het insect het totale hout wat leidt tot volledig structureel verlies.